De rijke historie van Sri Lanka

De oude geschiedenis

Ca. 34.000 jaar geleden kwam de eerste mens aan op Sri Lanka, de Balangoda mens (Homo Sapiens Balangodensis), vernoemd naar de vindplaats van de resten in de Balangoda grotten bij Colombo. Deze jagers-verzamelaars leefden in deze grotten en zijn hiermee de eerste moderne mens in Sri Lanka. Ook lijken zij verantwoordelijk voor het creëren van de Horten Plains, nabij Nuwara Eliya, door het verbranden van bomen voor de mijnbouw en om gewassen te verbouwen. Bij Kitulgala zijn de prehistorische grotten nog te bezoeken. De Balangoda mens is de voorvader van de huidige Veddah minderheid in Sri Lanka. De eerste geschreven geschiedenis van Sri Lanka begint met de landing van Vijaya (“de veroveraar”), een semi-legendarische koning, met zijn 700 volgelingen in 543 v. Chr. Er wordt gezegd dat zijn landing gepaard ging met de dood van Boeddha. Vijaya is in ieder geval de eerste geregistreerde koning van Sri Lanka. Vijaya’s bewind vormt de kern van de Singalese identiteit en is nog terug te zien in vele aspecten; de voor lange tijd enig slagschip van de Srilankaanse marine was genaamd Vijaya. Een goede band tussen de Singalese koning en de keizer van India, heeft in 247 v. chr. geleid tot de introductie van het Boeddhisme. De Singalese koning omarmde het Boeddhisme wat heeft geleid tot het planten van jonge boompjes van de Sri Maha Bodhi, de boom waaronder Boeddha verlichting heeft bereikt in Anuradhapura. Tevens werd geringe tijd later de Tand van Boeddha naar Sri Lanka gebracht. De tand van Boeddha is op dit moment nog te bezichtigen in de tempel van de tand in Kandy.

  • een deel van de Quadrangle in Polonnaruwa
  • Een deel van het fort in galle, met de grote klokstoren op de achtergrond
  • Het vooraanzicht van de Nederlandse kerk in fort Galle
  • Uitzicht op het independence square in Colombo met het monument van de eerste president van Sri Lanka
v.l.n.r.: Quadrangle - Polonnaruwa | Fort Galle - Galle | Nederlandse kerk - Galle | Independence Square - Colombo .

De Portugese kolonisatie

In het jaar 1505 bezochten de Portugezen als eerste Europeanen Sri Lanka, dat toentertijd bestond uit drie koninkrijken. De Portugese vloot, onder bevel van Lourenço de Almeida, kwam door ongunstige winden aan in Colombo. De Portugezen werden vriendelijk ontvangen door de Koning van Kotte en zagen al snel de commerciële en strategische waarde van het eiland. De Portugezen keerden snel terug naar Sri Lanka en creëerden een formeel contact. In 1518 kregen zij handelsvergunningen en werd er een fort in Colombo gebouwd. De invloed van de Portugezen vergrootte en resulteerde in bijna een gehele controle in Sri Lanka, wat zij Ceilão noemde . Het koninkrijk Kandy in de centrale hooglanden was de enige uitzondering. Onder Portugese leiding werden vele Singalese gedwongen bekeerd tot het katholicisme. Moslims werden vervolgd en moesten vluchten naar de centrale hooglanden. Daarnaast begrepen de Portugezen de Singalese sociale en economische structuur niet. De weerstand richting de Portugezen werd groter en koninkrijk Kandy zocht een grote bondgenoot. Deze werd in 1602 gevonden in de vorm van Joris van Spilbergen van de Vereenigde Oostindische Compagnie. De Nederlanders zouden het koninkrijk helpen in ruil voor monopolie op de handelsmarkt.

De Nederlandse periode

In 1658 werden de laatste Portugezen verjaagd en hadden de Nederlanders de macht overgenomen in Sri Lanka, die zij Ceylon noemde. In 1665 werd het fort in Galle versterkt en haast onneembaar. Tot op de dag van vandaag staat dit fort nog overeind en is deze te bezichtigen. De Nederlandse periode was van groot belang voor de economische ontwikkeling van Sri Lanka. Naast de inheemse producten als kaneel, edelstenen en olifanten, introduceerde de VOC koffie en tabak teelt. Drie nieuwe kanalen werden in Sri Lanka aangelegd vanwege de sterke economische groei. Daarnaast werd het Nederlands recht geleidelijk ingevoerd in Sri Lanka, waardoor onder andere het privé grondbezit werd gestimuleerd en er een einde kwam aan polygamie. Ook werd het protestantisme ingevoerd en kwam er een verbod op het katholicisme. Het Boeddhisme leefde in deze tijd ook weer op, omdat Nederland transport van monniken tussen Sri Lanka, Thailand en Myanmar toestond. In 1796 vielen de Britten Sri Lanka binnen. Zij waren bang dat Sri Lanka onder Franse controle zou komen, nu Frankrijk, tijdens de Franse revolutie, de Bataafse Republiek (het huidige Nederland) was binnengevallen. Na een kort gevecht gaven de Nederlanders zich over.

De Britse overheersing

In het verdrag van Amiens ten einde van de Franse revolutie in 1802, werd Sri Lanka officieel toegekend aan de Britten. In ruil daarvoor moesten zij Kaapstad en de West Indië weer teruggeven aan de Bataafse Republiek. Vanaf dit moment was Sri Lanka officieel een Britse kroonkolonie en werd de naam omgedoopt naar Ceylon. In 1815 werd het koninkrijk Kandy verslagen en waren de Britten de eerste Europese macht die het gehele eiland onder controle hadden. Veranderingen in de wetten voor privé grondbezit zorgde ervoor dat veel Britten zich konden vestigen in Sri Lanka, ten koste van de Singalezen. Ook werd Engels de officiële taal, wat nu nog goed zichtbaar en hoorbaar is in Sri Lanka. Britse bouwstijlen zijn op dit moment nog goed de zien in Nuwara Eliya. Vanwege de continue groeiende handel in koffie en kaneel werden er wegen en spoorwegen aangelegd en goedkope Tamil-arbeiders uit het Zuiden van India gehaald. Als gevolg hiervan verloren veel Singalezen grond aan de Tamil, dit was het begin van de migratieproblematiek. In 1870 zorgde een door ziekte verwoeste oogst op de koffieplantages ervoor dat plantage eigenaars moesten overschakelen naar theeplantages. Sindsdien is Sri Lanka een van de grootste thee producenten in de wereld.

Onafhankelijkheid

In 1948 werd Sri Lanka, net als veel koloniën in de wereld, onafhankelijk en trad het toe tot het Brits Gemenebest. Het land ging verder onder de naam Dominion Ceylon. Eén van de eerste acties van de onafhankelijke regering was het staatsburgerschap en stemrecht in te trekken van de Tamil. Daarnaast werd Singalees wederom als officiële taal gesteld. In 1972 werd Ceylon een republiek en werd de naam veranderd in Sri Lanka. Kotte werd de nieuwe (administratieve) hoofdstad van de republiek. De continue migratieproblematiek tussen de Singalezen en de Tamil resulteerde in een burgeroorlog tussen 1983-2009. In 2009 werden de Tamil Tijgers verslagen en was de onrust voorbij. Op dit moment zul je in Sri Lanka nog veel militaire checkpoints zien om te zorgen dat de extremistische Tamil ontwapend blijven. Sinds 2009 heeft de politieke Tamil Nationale Alliantie het streven naar een aparte staat laten varen en gekozen voor een federale oplossing. Daarmee is Sri Lanka na 26 jaar oorlog een van de snelst groeiende economieën in de wereld.